Voor de beste ervaring schakelt u JavaScript in en gebruikt u een moderne browser!
EN uva.nl

Veelgestelde Vragen

Om de groei van de FNWI in de afgelopen jaren op te vangen, is de UvA van plan om een nieuw gebouw te realiseren op Amsterdam Science Park. ASP 942 (dit is een voorlopige aanduiding) moet een hotspot worden voor onderwijs, onderzoek en samenwerkingen op het gebied van Artificial Intelligence (AI).

  • Welk Ontwerpteam (OT) bouwt aan het nieuwe gebouw?

    Op 31 oktober is door het College van Bestuur (CvB) van de UvA de definitieve gunning voor de bouw van het nieuwe gebouw  op Amsterdam Science Park verleend aan Benthem Crouwel Architects. Zij presenteerden een ontwerpvisie met een stevige basis en daarnaast veel vrijheid om er een gebouw van te maken dat past bij de ambities van de Universiteit van Amsterdam en de diverse gebruikers.

    Voor de keuze van architecten en adviseurs (het Ontwerpteam, OT) was de UvA verplicht de Europese aanbestedingsregels te volgen. Uit de verschillende voorstellen is op basis van visie, plan van aanpak, constructeur, circulariteit, in combinatie met de kosten, unaniem voor Benthem Crouwel Architects gekozen.

    Het ontwerpteam bestaat verder uit bouwadviesbureau Strackee Bouwadviesbureau, installatie-adviseur Deerns en bouwfysica adviesbureau DGMR.

  • Wat is de sfeer en uitstraling van het gebouw?

    De gewenste sfeer en uitstraling is algemeen te omschrijven als fris, licht en warm. In het gebouw is veel daglicht dat in combinatie met groen zorgt voor een aangenaam gebouw waar iedereen graag verblijft. Tegelijkertijd zorgen kleur- en materiaalgebruik voor een warme sfeer. Door een diversiteit aan plekken en sferen zijn de verschillende zones in het gebouw duidelijk herkenbaar. Het gebouw is praktisch en multifunctioneel in haar gebruik. Het ontwerp en de inrichting zijn hierop afgestemd. 

    Van belang is dat je op verschillende plekken verschillende sferen ervaart die passen bij de zones in het gebouw:

    • Entreegebied en specifieke herkenbare plek in het entreegebied voor de horeca.

    • Robo-, game- en visualisatie lab;

    • Onderwijszalen; 

    • Studieplekken;

    • Co-creatie;

    • Kantoren.

    Daarnaast zijn er drie plekken te benoemen die extra aandacht verdienen zodat deze zeer aantrekkelijk zijn om te bezoeken:

    • Centrale horeca in het entreegebied;

    • Lounge in het hart van co-creatie;

    • Robo-, game- en visualisatie lab.

    Bij het bepalen van de sfeer en uitstraling dient met de diverse populatie met een grote culturele achtergrond rekening gehouden te worden. Een internationale uitstraling waarin gebruikers van verschillende culturen zich thuis kunnen voelen is de wens.

  • Hoe zijn de onderwijszalen en studieplekken ingericht?

    Onderwijszalen hebben een multifunctioneel en flexibel karakter. Alle zalen hebben voldoende daglicht. Dit draagt bij aan een gezonde leeromgeving. De inrichting nodigt uit tot actie en is kleurrijk. Indeling en meubilair maken activerende werkvormen mogelijk. 

    Studieplekken zijn verschillend in sfeer, uitstraling en beleving maar zijn duidelijk herkenbaar voor de functie waarvoor ze bedoeld zijn. In een hoge-intensiteit studieplek ervaar je een sfeer waaraan je meteen merkt dat stilte gewenst is. Belangrijk is dat alle plekken comfortabel zijn en voorzien zijn van een stopcontact!

     

    Sfeer onderwijszalen
  • Waar komen de kantoren en kan ik geconcentreerd werken en overleggen?

    Het gebouw wordt zo gebouwd dat op de verdiepingen Ontdekkings-, ontmoetings-en concentratie zones zijn. Er zijn koffiecorners, common rooms (algemene ruimtes) en van beneden naar boven nemen de concentratie kantoorplekken toe.

    De kantooromgeving in de concentratiezone is gericht op geconcentreerd werken.  Comfortabele sfeervolle plekken in een rustige omgeving dragen hieraan bij. Op schrijfbare wanden kun je ideeën uitdenken of informatie met elkaar delen. Collega’s moeten geconcentreerd kunnen werken zonder gestoord te worden door geluiden op de gang of vanuit de commonrooms. Een goede akoestiek is hierbij voorwaardelijk. Zachte, warme materialen dragen bij aan een prettige akoestiek.

    De ‘Ontmoetings’ zone, hier kan formeel en informeel overleg plaatsvinden, is ruimte voor napraten en koffie drinken. Het derde gebied zal een dynamische route zijn tussen de twee vaste zones. Hier ligt de nadruk op de kruisbestuiving (Ontdekken) tussen de verschillende disciplines.

    In het ontwerp is extra aandacht voor ontwerp en inrichting van de commonrooms. De commonrooms dienen de ontmoeting goed te kunnen faciliteren, een goede sfeer faciliteert dit. Werkgroepen worden tijdens het ontwerpproces nauw betrokken bij de te maken keuzes zodat een omgeving ontstaat die goed aansluit bij ieders wensen. De voorkeuren en wensen verschillen per instituut. Dit vraagt extra aandacht van de architect.   

     

    Sfeer kantoren
  • Sfeer in de co-creatie zone?

    Door verandering in sfeer is het duidelijk dat je de zone van co-creatie binnenstapt. De sfeer laat zich het beste omschrijven als een combinatie van kantoor en creative space. Het zakelijke en representatieve uiterlijk van een kantooromgeving, gecombineerd met de creatieve zijde van ondernemerschap. 

  • Kom ik op een open plek te werken?

    Voor de twee instituten IVI en ILLC komen kantoorplekken voor 1-2-3 of 4 personen inclusief (open) werkruimtes voor de masters, bezoekers en partners Voor ICAI komen kantoorruimtes van 5 tot 10 personen en zijn de ruimtes flexibel en aan te passen aan de behoefte van het moment.

  • Waar haal ik straks goede koffie?

    In het gebouw komen verschillende horeca voorzieningen met ieder een eigen functie. Op de verschillende etages in het kantoorgebied komen coffee corners en common rooms. De common rooms worden centraal gepositioneerd in het gebouw om onderlinge ontmoeting te faciliteren. 

    De centrale catering voorziening in het entreegebied is de plek waar je je dag start met een goede kop koffie. Rondom de centrale catering voorziening zijn verschillende plekken te vinden die een combinatie zijn van horecaplekken tijdens piekuren en studieplekken buiten piekuren.

    De lounge in het hart van de co-creatie (kruisbestuiving) zone in combinatie met de zone voor vergaderen en seminars heeft een andere uitstraling dan de centrale horeca voorziening. Deze plek is primair gericht op co-creatie. Een plek waar je in een rustige, representatieve omgeving een goede kop koffie kunt drinken, gasten kunt ontvangen en een overleg kunt voeren in comfortabel meubilair. 

    Gewenste uitstraling horeca (Volkshotel Amsterdam)
  • Waar kan ik mijn fiets parkeren?

    De huidige fiets parkeerplek bij Science Park 904 gaat weg en er komt een nieuw beleidsplan voor het fiets parkeren in dit gebied.

     

  • Waarom komt er een nieuw gebouw?

    De FNWI groeit uit haar jasje door de toename van studenten, personeel, promovendi en nieuwe samenwerkingen. Er is behoefte aan uitbreiding, werkplekken voor medewerkers en onderwijsruimten en studieplekken voor studenten, om de kwaliteit van onderzoek en onderwijs te kunnen blijven borgen.

  • Er wordt gesproken over het realiseren van een AI hotspot in het nieuwe gebouw. Waarom wil de UvA dit?

    De UvA wil de noodzaak voor het realiseren van nieuwe huisvesting voor de FNWI combineren met de wens om meer intensief te kunnen samenwerken met het bedrijfsleven en maatschappelijke partners. Het excellente AI-onderzoek en -onderwijs dat aan de UvA wordt gegeven en de vraag uit bedrijven biedt grote kansen om grote stappen te maken in technologische AI-innovatie. In dit nieuwe gebouw kunnen we meer van dit soort samenwerkingen creëren om zo de technologische en maatschappelijke uitdagingen van AI aan te pakken. Het creëren van een AI-hotspot gaat onderwijskansen scheppen voor onze studenten, co-creatie stimuleren en fundamentele, vernieuwende wetenschappelijke inzichten koppelen aan innovatie in bedrijfsleven en maatschappij. Omdat AI ook grote juridische, ethische en culturele implicaties heeft, is de UvA als brede universiteit bij uitstek toegerust om ook die aspecten vanuit de verschillende disciplines te onderzoeken. Het nieuwe gebouw biedt kansen de gewenste samenwerking tussen de faculteiten op het gebied van Artificial Intelligence te stimuleren.

  • Voor wie is het nieuwe gebouw? Hoe ziet het eruit?

    Het doel is om in het nieuwe gebouw ASP 942 (werktitel) onderzoekers, docenten, studenten en wetenschappelijke partners en bedrijven samen te brengen op het gebied van Informatiewetenschappen in het algemeen en AI in het bijzonder.  De UvA heeft een gebouw voor ogen van 12.000 m2 verhuurbaar vloeroppervlak (VVO). In het gebouwprogramma wordt nu uitgegaan van de volgende verdeling van ruimte: 39% voor wetenschappers van het Instituut voor Informatica en het Institute for Logic, Language and Computation (inclusief werkruimte voor masterstudenten), 26% voor UvA onderwijsruimten, practicumruimte en studieplekken, 34% ten behoeve van het co-creatie programma (kantoren, AI research labs) en de laatste 1% voor facilitaire zaken zoals toiletten. De 34% voor het co-creatie programma komt met name voort uit het Innovation Centre for Artificial Intelligence (ICAI), en bestaat uit AI research labs in nauwe samenwerking met (grote) bedrijven, AI society labs gericht op het gebruik van AI in maatschappelijke vraagstukken in samenwerking met andere onderzoeksdisciplines, lokale research afdelingen van bedrijven die deelnemen in de AI research labs of andere samenwerkingen hebben met de kennisinstellingen, ruimte voor AI bedrijven die als startup zijn begonnen (bijvoorbeeld in de Startup village op ASP) en nauwe banden hebben met het onderzoek en die nu als scale-up de volgende stap maken, en ruimte voor het MKB om te “snuffelen” aan AI onderzoek om zo te ontdekken wat het voor hun kan betekenen.  Dit zal worden gefaciliteerd door uitnodigende gezamenlijke voorzieningen die ontmoeting, kennisdeling en kruisbestuiving tussen wetenschappers, studenten en bedrijfsleven stimuleren. Hiermee biedt het gebouw onderdak aan een hechte AI community.

  • Waar komt het gebouw?

    Het nieuwe gebouw komt in de directe nabijheid van ASP904 te liggen. Er zijn verschillende kavelopties op het Amsterdam Science Park (ASP) voor het nieuwe gebouw. Komende maanden zullen de wensen en eisen voor het nieuwe gebouw verder worden uitgewerkt. De locatiekeuze is onder andere afhankelijk van de wensen van de gebruikers en overige ontwikkelingen die spelen op het ASP. Op dit moment is kavel 12 het meest voor de hand liggend, in verband met de directe nabijheid tot ASP 904 en de wens om dit kavel verder te ontwikkelen naar een centrumgebied voor het ASP.

    Locatie Science Park
  • Wanneer is het gebouw gereed?

    De UvA heeft de ambitie om het nieuwe gebouw eind 2021 in gebruik te nemen, maar dit zal afhangen van de ontwikkelingen in de bouwmarkt.

  • De oplevering staat gepland voor 2021. Hoe worden alle partijen tot die tijd gehuisvest?

    Er zijn veel tijdelijke oplossingen voor onderwijs en werkplekken. Voor het tekort aan (onderwijs)ruimte wordt nu al gebruik gemaakt van huisvesting in andere gebouwen op het ASP (en voor een klein deel ook het REC). Echter, dit is geen ideale situatie en bovendien een tijdelijke. De tijdelijk gehuurde onderwijsruimten zijn relatief erg kostbaar. Totdat ASP 942 is gerealiseerd, blijven de op dit moment tijdelijk buiten ASP 904 gehuisveste instituten (Korteweg-De Vries Institute for Mathematics en Institute for Logic, Language and Computation) gehuisvest in ASP 107.

    Omdat de samenwerking met derden feitelijk al is gestart – diverse onderzoeks labs en de ontwikkelingen binnen het ICAI - en we deze snel in omvang en intensiteit willen laten toenemen, worden de mogelijkheden van tijdelijke uitbreiding kantoren en labs op ASP onderzocht. 

  • Hoe gaat de UvA dit gebouw financieren?

    De totale investering voor het nieuwe gebouw is berekend op € 45 miljoen. De dekking hiervoor komt uit het Huisvestingsplan UvA (HvP). In het HvP 2018 is reeds € 10 miljoen opgenomen voor uitbreiding van huisvesting FNWI. Deze post zal worden uitgebreid met M€ 35 in het HvP 2019. Het UvA Programma kost € 29,9 miljoen. De jaarlijkse kosten van dit UvA-gebruik worden gedekt uit de interne verhuur aan – vooral – de FNWI. De overige investering van € 15,1 miljoen is voor de realisatie van het co-creatie gedeelte voor onder andere het ICAI. Deze investering zal worden gedekt door middel van externe huurinkomsten en subsidie van de gemeente Amsterdam en een exploitatiebijdrage van € 2 miljoenvan de UvA. De € 4 miljoen subsidie van de gemeente wordt gebruikt om de huur van ruimte in het gebouw toegankelijker te maken voor kleinschalige bedrijvigheid / scale-ups die nog niet voldoende omvang hebben voor grote financiële verplichtingen ten aanzien van huurcontracten, maar wel een belangrijke bijdrage kunnen leveren aan de AI community. Deze partijen kunnen tegen gunstigere condities ruimte huren in het gebouw, zoals een lager huurtarief en kortlopende huurcontracten.

  • Hoe staat dit kostenplaatje in verhouding tot de bezuinigingen bij andere faculteiten? Gaat deze investering ten koste van onderwijs en onderzoek?

    Er wordt geïnvesteerd in onderwijs en onderzoek: voor het sterk gegroeide onderwijs en onderzoek van FNWI is de uitbreiding nodig. Middels het co-creatie deel wordt tevens de derde taak van de universiteit aanmerkelijk versterkt: maatschappelijke impact. Via het bestaande doorbelastingsmodel worden de kosten van de nieuwe FNWI meters over de komende jaren in rekening gebracht bij de faculteit. Het overige deel wordt terugverdiend via huurinkomsten en een bijdrage van € 4 miljoen van de gemeente Amsterdam. Dit gaat dus niet ten koste van de andere faculteiten. Wel is sprake van voorfinanciering doordat de UvA de investering in de nieuwbouw pleegt: hier heeft de UvA echter genoeg vrije middelen (vermogen) voor beschikbaar en dus gaat dit niet ten koste van plannen voor andere faculteiten (zoals het universiteitskwartier).

  • Er is 34% in het nieuwe gebouw gereserveerd voor co-creatie initiatieven. Wat gebeurt er als minder bedrijven willen meedoen?

    Er is veel belangstelling vanuit het bedrijfsleven voor samenwerking in AI-innovatie. Op dit moment zijn er al twee AI-labs in bedrijf die worden gefinancierd door het bedrijfsleven: het Delta Lab (ism Bosch) en het QUVA-lab (ism Qualcomm). Op 26 april is een samenwerking getekend met Ahold Delhaize voor het AIR-lab. Een verdere uitbreiding van deze labs naar ca. 20 is onderdeel van het plan om het Innovation Centre for Artificial Intelligence (ICAI) neer te zetten. De komende maanden wordt de belangstelling van externe partners verder verkend en geconcretiseerd. De subsidie die de gemeente Amsterdam begin 2018 heeft toegekend, dekt voor een deel het risico ten aanzien van het partnerprogramma van het ICAI. Door ruimte te creëren voor samenwerking met anderen krijgt ons eigen onderwijs en onderzoek een enorme impuls.

    Indien het co-creatiedeel van het ICAI niet van de grond komt, of zich langzamer ontwikkelt dan verwacht, kunnen er andere keuzes worden gemaakt ten aanzien van de inzet van de m² voor partners. Er kan bijvoorbeeld worden onderzocht of andere informaticapartners interesse hebben, of anders andere bedrijven die passen in het profiel van het ASP.

  • Wat gebeurt er als er meer belangstelling is dan gepland? Is vol=vol?

    Ja, vol = vol. Wel staan we in nauw overleg met de Matrix-organisatie op ASP. Bij grote interesse zullen we in overleg met Matrix treden om te bezien of in de bestaande of nieuw te bouwen Matrix-gebouwen ruimte is voor belangstellenden. Zij worden dan niet in het nieuwe gebouw gehuisvest, maar wel in de directe nabijheid.

  • De FNWI is de laatste 10 jaar sterk gegroeid. Hoe is de verdere groei te verklaren?

    Het aantal ingeschreven studenten bij de FNWI is de afgelopen 10 jaar ruim 150% gegroeid, van 2465 naar 6325. Deze groei kent diverse oorzaken. Belangrijke hiervan zijn: het totaalaantal VWO-scholieren is toegenomen, een steeds groter deel van die scholieren kiest voor de profielen Natuur & Techniek of Natuur & Gezondheid, het aanbod van bèta-opleidingen is vernieuwd en verbreed, en landelijk is het bèta- en techniekonderwijs vanuit vele kanten gepromoot, vanwege de maatschappelijke vraag naar hoogopgeleiden in deze richting.

    Het ministerie OCW verwacht in zijn zogeheten referentieraming dat het aantal studenten in het Wetenschappelijk onderwijs nog groeit tot 2024 met in totaal zo’n 10%, waarna een lichte afname van enkele procenten volgt. Het relatieve aandeel van het domein bèta-techniek blijft tot en met 2030, het einde van de ramingsperiode, in bescheiden mate groeien.

    Naast deze algemene trend speelt bij de FNWI een aantal ontwikkelingen die de toekomstige groei van het aantal studenten kan beïnvloeden. De faculteit gaat, vanwege de maatschappelijke vraag naar hoogopgeleide technici, onderzoeken of zij meer technologie georiënteerde tracks of opleidingen zou moeten aanbieden, die nieuwe groepen studenten aantrekken. De numerus fixus bij de Informatiewetenschappen (i.h.b. de AI) kan opgeheven worden als de wetenschappelijk staf is uitgebreid. Tot slot is het overgrote deel van de masters Engelstalig en zouden ze mee kunnen liften op de toegenomen populariteit van het Nederlandse universitaire onderwijs onder buitenlandse studenten.

    Op basis van zowel de algemene trend in het hoger onderwijs (referentieraming OCW) als de schattingen van de onderwijsdirecteuren acht de faculteit het – voorzichtig – realistisch om uit te gaan van een studentengroei van 10% - dus 6900 studenten-  op de middellange termijn.

  • Wat gebeurt er met de niet benodigde ruimte als er sprake is van krimp?

    Zelfs als de groei uitblijft, biedt het nieuwe pand wel de oplossing voor een aantal problemen waar we al een paar jaar mee worstelen: de twee kennisinstituten die nu uitgehuisd zijn (KdvI en ILLC), kunnen in een UvA pand, in de directe omgeving van hun collega’s, terecht en al het onderwijs dat op andere, tijdelijke of dure locaties plaatsvindt (CWI, Gebouw-H, Start-up Village,) komt weer onder een dak. Hiermee benadrukken we het vier campus beleid, waarbij de UvA nastreeft om al het onderwijs en onderzoek geclusterd aan te bieden op vier plekken in Amsterdam. Het voordeel van ASP942 is dat het zo gebouwd wordt dat onderwijs, kantoorhuisvesting voor FNWI-onderzoekers en verhuur aan derden grotendeels onderling uitwisselbaar is. Bij onverwachte en onverhoopte krimp kan het aan derden te verhuren deel in ASP 942 worden uitgebreid.

  • Hoe wordt de medezeggenschap betrokken?

    De COR en de CSR zijn reeds op de hoogte gebracht van het voornemen dit nieuwbouwplan te ontwikkelen. We houden hen in de komende periode nauw aangesloten. Voorgenomen investeringen van deze omvang komen bovendien altijd in de kaderbrief waarop de COR en CSR instemmingsrecht hebben. Ze maken deel uit van de hoofdlijnen van de begroting. De Kaderbrief 2019 komt in het voorjaar tot stand en hierover zal in juni 2018 besluitvorming  plaatsvinden. Het project wordt verder opgenomen in de begroting en Huisvestingsplan (HvP 2019), waarover de COR en CSR tevens instemmingsrecht hebben. Ten aanzien van decentrale medezeggenschap vindt via de bestaande overlegstructuren overleg plaats.

  • Hoe ziet het besluitvormingstraject eruit?

    Begin mei 2018 heeft het CvB ingestemd met het concept projectplan. Het concept projectplan is vervolgens verder aangescherpt en op 22 mei heeft de formele vaststelling door het CvB plaats gevonden over de haalbaarheidsfase van ASP 942. In de Kaderbrief 2019 - besluitvorming juni 2018 - zijn de hoofdlijnen van de begroting uiteengezet, waaronder de benodigde investering. Dit is vastgelegd in de begroting 2019 (inclusief Huisvestingsplan).

  • Biedt het nieuwe gebouw en het ICAI mogelijkheden voor andere onderzoeksgebieden van de UvA?

    Met de ontwikkeling van een AI hotspot op het Science Park kunnen we meer samenwerkingen creëren om zo de technologische en maatschappelijke uitdagingen van AI aan te pakken. AI raakt alomtegenwoordig in de maatschappij en biedt aan wetenschappelijke disciplines buiten de informatica nieuwe mogelijkheden voor wetenschapsbeoefening (bijvoorbeeld Digital Humanities). De UvA kan als brede universiteit bij uitstek ook een voortrekkersrol vervullen bij het onderzoek naar bijvoorbeeld de ethische en maatschappelijke aspecten van AI. Bijvoorbeeld voor vraagstukken op het terrein van de gezondheidszorg, veiligheid of duurzaamheid biedt de inzet van AI veel kansen en kan AI een bijdrage leveren aan verantwoorde oplossingen. De UvA ontwikkelt met elkaar samenhangende initiatieven, waaronder de benoeming van universiteitshoogleraren, een nieuwe, brede research priority area en een zwaartekrachtaanvraag (Human(e) DataSociety). Aldus ontstaat een strategie waarin “AI-diep”, bestaande uit de technologieën van machine learning, deep learning en kennisrepresentatie, en “AI-breed”, gericht op de maatschappelijke en ethische aspecten, elkaar aanvullen, stimuleren en versterken.”

     

  • Waarom wordt er juist geïnvesteerd in innovatie in AI en niet in een andere discipline?

    De ontwikkelingen in de Artificial Intelligence (AI; kunstmatige intelligentie) gaan op dit moment bijzonder snel. Niet alleen in Nederland, maar wereldwijd zal AI de komende jaren een grote vlucht nemen met vergaande impact op een breed scala aan toepassingsgebieden. De Amsterdamse wetenschappelijke expertise op dit terrein wordt op dit moment breed erkend als leidend in Nederland en Europa.  ICAI is reeds partner in het ELLIS netwerk met andere topinstituten in Europa. Om deze positie vast te houden, zal het onderzoek naar AI substantieel toenemen, niet alleen bij de UvA, maar ook bij andere kennisinstellingen in Amsterdam zoals de Vrije Universiteit Amsterdam (VU) en het Centrum voor Wiskunde en Informatica (CWI). De UvA en FNWI spelen daarop in en zoeken nadrukkelijk samenwerking met derden, zowel ter versterking van het onderzoek, als voor maatschappelijke relevantie. De mogelijkheden en precieze invulling zal de komende periode nader worden onderzocht en uitgewerkt.

  • Hoe verhoudt de hotspot AI en het ICAI zich tov bv Amsterdam Data Science ?

    Amsterdam Data Science is een enorm succesvolle netwerk organisatie die verschillende kennisinstellingen (partners zijn o.a. UvA Informatica Instituut, VU Computer Science, UvA FMG, HvA, UvA ABS/ASE, CWI) bij elkaar brengt rond het brede thema van data science. Door onder andere bijeenkomsten (meer dan 6000 leden) en samenwerkingsprojecten worden kennis, applicaties en bedrijven bij elkaar gebracht. Middels de Amsterdam School of Data Science is er een one-stop portal voor al het data science onderwijsaanbod. Het ICAI zal partner worden binnen dit bestaande ecosysteem en zal daarmee een enorme versterking bieden in termen van technologische mogelijkheden om binnen de data science te gebruiken. Voor ICAI is het grote voordeel dat het binnen Amsterdam onderdeel wordt van een reeds uitstekend functionerend ecosysteem. Met ASP 942 wordt er een fysieke ontmoetingsplaats gerealiseerd waar co-creatie tussen AI-technologie en data science toepassingen kan plaatsvinden.

  • Waarom wordt zo groot ingezet op samenwerking met het bedrijfsleven? Is dat een risico voor onze onafhankelijke positie als wetenschappers?

    Een belangrijke beweegreden voor de samenwerking met het bedrijfsleven, is dat we als faculteit inzetten op het stimuleren van excellent, grensverleggend onderzoek, gekoppeld aan waardecreatie voor de maatschappij. Een sterkere focus op waardecreatie heeft ook te maken met de veranderende visie van de maatschappij en het publiek op de rol van de universiteiten. Daaraan gekoppeld zijn de geldstromen verschoven en is het noodzakelijk om externe middelen te benutten. Aansluiting bij de topsectoren, de nationale wetenschapsagenda en ook de samenwerking met de private sector is dan ook een ontwikkeling die alle universiteiten doormaken. Wij zien de lancering van ICAI, waarbij de samenwerking met het bedrijfsleven én de onafhankelijkheid van de onderzoekers centraal staan, als een kansrijke stap voor de verdere versterking van onze positie binnen de maatschappij.

    Binnen ICAI staat in de samenwerking innovatie en wetenschappelijk onderzoek voorop. Met grote technologie bedrijven zoals Qualcomm en Bosch zijn patenten een essentieel onderdeel van de samenwerking, maar tegelijkertijd zijn er expliciete afspraken over het publiceren van resultaten in internationaal gerenommeerde conferenties en journals. Deze combinatie leidt er toe dat het onderzoek op de grens zit van wat er in de wetenschap mogelijk is. De ervaring met de huidige labs is dat daar meer ruimte is voor use-inspired fundamenteel onderzoek dan menig EU of NWO project. Voor data-gedreven bedrijven geldt dat ze toegang hebben tot unieke data die op andere wijze niet beschikbaar zou kunnen komen voor gezamenlijk onderzoek. Het biedt mogelijkheden tot het vinden van nieuwe wetenschappelijke inzichten en toetsing van wetenschappelijke theorieën die anders niet zouden kunnen worden bereikt. Voor elk contract met externe partijen is het uitgangspunt dat de resultaten (niet perse de data) publiceerbaar zijn binnen de internationale wetenschappelijke gemeenschap waarbij onafhankelijkheid van de onderzoeker wordt gegarandeerd.